Dr. Dolittle
Geregistreerd op: 14-11-2005 Berichten: 2713
|
Onderwerp: Het premenstrueel syndroom: Oorzakelijke factoren |
|
|
De echte oorzaak van het premenstrueel syndroom is nog steeds niet bekend. De voornaamste hypothesen zijn:
• schommelingen in het ovarieel hormoongehalte: De cyclische schommelingen in het gehalte van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron (die de vruchtbaarheid van de vrouw regelen) zouden verantwoordelijk zijn voor zowel de fysische veranderingen als de wijzigingen in het gedrag. Deze hypothese wordt ondersteund door het feit dat PMS nooit optreedt vóór de menarche of na de menopauze. Vrouwen bij wie de eierstokken werden weggenomen, of die geneesmiddelen nemen die de werking van de eierstokken onderdrukken, ondervinden evenmin PMS-klachten.
Anderzijds heeft men geen verschillen kunnen vaststellen tussen de oestrogeen- of progesteronspiegels van vrouwen die aan het premenstrueel syndroom lijden, en de hormonenspiegels van vrouwen die geen klachten vertonen.
• stress : hoewel stress als een causale factor werd aangeduid, lijkt dit veeleer een gevolg te zijn van het premenstrueel syndroom, dan wel een oorzaak.
• psychosociale problematiek : depressie, zware relationele moeilijkheden, mishandeling, incest. Epidemiologische studies konden echter geen verband aantonen tussen het premenstrueel syndroom en de sociaal-economische klasse waartoe de vrouw behoort.
• allergie en nutritionele factoren : bepaalde voedingsmiddelen, en met name chocolade, alcohol en cafeïne (in o.m. koffie en coca cola) zouden het premenstrueel syndroom bevorderen.
• Uit tweelingenstudies is gebleken dat een genetische invloed wel mogelijk is : bij eeneiige tweelingen bedraagt het concordantiepercentage 93 %, terwijl het bij twee-eiige tweelingen 44 % bedraagt, en in een controlegroep van 'gewone' zussen 31 %. Dochters van vrouwen die aan het premenstrueel syndroom lijden of leden, hebben vaker last van dit soort klachten dan dochters van vrouwen die geen premenstruele symptomen vertonen.
Men kan zich in dit verband echter afvragen of er niet veeleer sprake is van aangeleerd gedrag -dat bovendien zelfversterkend werkt- , méér dan van erfelijke factoren. De dochter weet niet beter dan dat maandstonden onaangenaam zijn en zal spontaan alerter zijn voor onaangename lichamelijke gewaarwordingen in die periode. Indien de symptomen van PMS reeds onmiddellijk na de eerste menstruatie zouden opduiken, zou dit een aanwijzing kunnen zijn dat het syndroom door lichamelijke veranderingen wordt opgewekt. In de praktijk blijken de klachten evenwel pas na verloop van jaren op te duiken, waardoor het onduidelijk wordt of ze nu het gevolg zijn van een langzame lichamelijke evolutie, dan wel van aanpassingen in, het gedrag. Wie maandstonden lastig vindt, zal ook nadrukkelijker reageren op eventuele klachten die rond deze periode opduiken. In culturen waar vrouwen trots zijn op menstruaties als een uiting van vrouwelijkheid, komt PMS nagenoeg niet voor.
• De hypothese die momenteel de meeste aanhang kent, is dat het PMS wordt veroorzaakt door een tekort tijdens de menstruele cyclus aan de neurotransmitters gamma-aminoboterzuur en serotonine.
Neurotransmitters zijn stoffen die informatie van de ene zenuw naar de andere overdragen. Een onvoldoende werking van de neurotransmitter serotonine zou mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van depressies en angsttoestanden. Serotonine blijkt eveneens een rol te spelen bij het regelen van de eetlust. Het voorkomen van depressieve symptomen, toegenomen prikkelbaarheid en een bijzondere drang naar suikerrijke produkten bij het premenstrueel syndroom, heeft geleid tot de hypothese dat het serotoninesysteem een belangrijke rol zou kunnen spelen in de ontwikkeling van het premenstrueel syndroom. |
|