Dr. Dolittle
Geregistreerd op: 14-11-2005 Berichten: 2713
|
Onderwerp: Het premenstrueel syndroom ( Pms-syndroom) |
|
|
Onder het premenstrueel syndroom verstaat men het regelmatig (cyclisch) optreden van emotionele, gedragsgebonden en lichamelijke symptomen tijdens de tweede helft van de cyclus.
Vrouwen met het premenstrueel syndroom werden in het verleden al te vaak aan hun lot overgelaten. Men ging ervan uit dat dit soort klachten nu eenmaal deel uitmaakten van het normale leven van de vrouw. Aandacht en begrip voor de moeilijkheden van de vrouw, vormen een noodzakelijke therapeutische basis voor een gepersonaliseerde aanpak van het syndroom. De meeste vrouwen die begrip en medeleven vinden bij hun arts, evolueren over het algemeen in de goede richting.
De term "premenstrueel syndroom" of PMS werd voor het eerst gebruikt in 1931 door Frank, om de fysische en psychische klachten aan te duiden die optreden in de periode vóór de menstruatie. Sindsdien werden ruim 150 klachten als "PMS-symptoom" beschreven, en meer dan 327 verschillende behandelingen voorgesteld.
Vandaag wordt PMS algemeen omschreven als "het regelmatig (cyclisch) optreden van emotionele, gedragsgebonden en lichamelijke symptomen tijdens de tweede helft van de menstruele cyclus".
Kenmerkend voor het premenstrueel syndroom is dat de symptomen verdwijnen onmiddellijk na de menstruatie en er een klachtenvrije periode volgt van minstens 7 dagen. Daardoor onderscheidt het PMS zich van het menstrueel syndroom of dysmenorroe, dit is het optreden van met de menstruatie samenhangende lichamelijke ongemakken zoals krampachtige pijn in de onderbuik, en/of emotionele problemen.
Dysmenorroe en het premenstrueel syndroom kunnen wél samen voorkomen.
Afhankelijk van de definitie lijden 10 % tot 90 % van de vrouwen met een ovulatoire cyclus aan het premenstrueel syndroom. Slechts 5 % van de vrouwen zou geen enkel premenstrueel symptoom vertonen, terwijl het syndroom voor nog eens 5% van de vrouwen een echte "handicap" vormt.
Tussen deze twee extremen zit dus een grote groep vrouwen die met lichte klachten te kampen hebben, d.w.z. dat ze slechts van één of twee premenstruele symptomen last hebben. Toch ondervindt 20 tot 40 % van de vrouwen zoveel hinder dat ze een arts raadplegen.
Bij 3 tot 8% van de vrouwen treedt dit syndroom op onder een meer ernstige vorm, het zogenaamde dysforisch premenstrueel syndroom . Het dysforisch premenstrueel syndroom wordt gekarakteriseerd door uitgesproken emotionele symptomen zoals humeurstoornissen, neiging tot depressie, prikkelbaarheid, angst, vermoeidheid, concentratiestoornissen en slaapstoornissen, met soms fysieke symptomen zoals eetluststoornissen, hoofdpijn of spanning in de borsten.
De symptomen kunnen al verschijnen vanaf de menarche, het begin van de menstruaties (rond 13 jaar), maar medische hulp wordt gewoonlijk maar ingeroepen rond het dertigste of veertigste levensjaar. Naarmate de menopauze nadert, verergeren de symptomen.
Samen met de menopauze verdwijnen de klachten. Ook bij andere onderbrekingen van de ovariële cyclus, zoals tijdens een zwangerschap of tijdens de borstvoeding (wanneer de menstruatie tijdelijk uitblijft) verdwijnen de symptomen.
Klachtenpatroon
De symptomen van het premenstrueel syndroom kunnen worden onderverdeeld in lichamelijke, emotionele en gedragsgebonden klachten.
De meest voorkomende lichamelijke klachten zijn: zwelling van de borsten met mastodynie (pijn in de borstklier), opgeblazen gevoel in de buik, oedeem (vochtopstapeling) in de vingers en de enkels, gewichtstoename en migraineuze hoofdpijn. Lumbalgie (lage rugpijn) en maagpijn kunnen de dagelijkse activiteiten eveneens behoorlijk hinderen. Sommige vrouwen klagen over regelmatig opkomende acne.
De meest voorkomende emotionele klachten zijn stemmingsveranderingen zoals toegenomen prikkelbaarheid, angst, gespannenheid, en verlies van zelfcontrole. Vaak verkeert de vrouw in een labiele gemoedstoestand en voelt zij zich 'down', somber en depressief. Soms is er sprake van neiging tot agressiviteit.
Tot de gedragsgebonden klachten behoren: concentratiestoornissen, lusteloosheid en algemene vermoeidheid, het vermijden van sociale activiteiten, een verandering van het libido (minder, of juist méér zin in seks) en een toegenomen trek in zoetigheid, vnl. chocolade. |
|