Dr. Dolittle
Geregistreerd op: 14-11-2005 Berichten: 2713
|
Onderwerp: Slokdarmafsluiting - Voedingsproblemen |
|
|
Door een combinatie van factoren kunnen bij kinderen met slokdarmafsluiting soms ernstige voedingsproblemen optreden, vooral tijdens de eerste levensjaren. De kinderen drinken en eten vaak slecht en onvoldoende, waardoor een groei-achterstand kan optreden. Eten kan gepaard gaan met verslikken en het kind kan benauwd of zelfs blauw worden.
Ten eerste is de peristaltiek (= samentrekkende en voortstuwende golvende bewegingen) in de slokdarm vaak verstoord. Hierdoor ‘zakt’ het eten minder goed en kan het wat langer duren voor het eten de maag bereikt. Dit levert vooral problemen op wanneer het kind ‘gulzig’ drinkt.
Daarom is het belangrijk om zeker in het begin heel rustig eten te geven. Zodra overgeschakeld wordt op vaste voeding, moet het eten de eerste maanden heel fijn gemalen worden en de voeding over de dag gespreid worden in meerdere kleine maaltijden. Vermijd alleszins harde brokjes appel, wortel, enz. die gemakkelijk in de slokdarm kunnen blijven steken. Bij sommige kinderen kan dit zelfs dermate ernstig zijn, dat dergelijke brokjes via een kijkoperatie moeten verwijderd worden.
Meestal worden deze problemen minder bij het opgroeien en leert het kind ermee om te gaan. Bovendien worden slokdarm en luchtpijp met de jaren ook groter. Maar toch kunnen er ook op volwassen leeftijd problemen blijven bestaan.
Een tweede oorzaak is een gebrekkige mondmotoriek en overgevoeligheid in de mond. Bij kinderen met slokdarmafsluiting die sondevoeding krijgen, kan de ontwikkeling van de zuigreflex en de mondmotoriek verstoord worden. Bovendien kan het kind een afkeer krijgen van alles wat in de mond wordt gestoken door het herhaald inbrengen van een sonde, diverse onderzoeken via de mond en slik- en wondpijn.
Daarom wordt tijdens de sondevoeding dikwijls een fopspeen aan de baby gegeven of laat men de baby op een vinger zuigen. Hiermee probeert men de zuigreflex te beïnvloeden. Ook wordt aangeraden om de wangen, lippen en tong van het kind te stimuleren, bv. door het allerlei materiaal te geven zoals rammelaars, bijtringen enz om in de mond te stoppen.
Bij heel wat kinderen ontstaat na verloop van een tijd een soort afkeer van eten, waardoor elke maaltijd voor ouders en kind een lijdensweg wordt. Ook de overgang van sondevoeding naar normale voeding, verloopt dikwijls moeilijk. In de meeste ziekenhuizen waar deze kindjes behandeld worden, bestaan specifieke programma’s om de kindjes te helpen bij het leren eten, en om de ouders beter te leren omgaan met deze problemen.
Ook kan het nodig zijn om het kind, als het te weinig voeding binnenkrijgt, aangepaste, energierijke voeding te geven. |
|