Bij een vermoeden van slokdarmafsluiting wordt de doorgang getest met een slangetje dat vanuit de neus of de mond naar de maag wordt geleid. In het geval van een afsluiting blijft dit slangetje onderweg steken. Met moderne beeldvormingstechnieken kan de afwijking precies worden vastgelegd.
Eens de diagnose gesteld, moet het bovenste deel van de slokdarm continue leeggezogen worden om te vermijden dat het speeksel of zure maaginhoud via de fistel in de longen terecht komt. Het kind mag ook niet drinken, maar wordt gevoed via een infuus.
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen Je mag geen reacties plaatsen Je mag je berichten niet bewerken Je mag je berichten niet verwijderen Ja mag niet stemmen in polls