De penis (Latijns voor piemel, pik, plasser etc.) is het uitwendige manlijk geslachtsorgaan.
Zie de anatomische tekening rechts voor een overzicht. De penis bestaat voornamelijk uit zwellichamen en uit de plasbuis. Het middelste zwellichaam omsluit de plasbuis en het uiteinde heet de eikel (Latijns: glans). De eikel is erg gevoelig en is omsloten door de voorhuid. Deze zit vast aan de penis door middel van een riempje (Latijns: frenulum). De voorhuid is vanaf de geboorte vastgekleefd aan de glans. Het komt vanzelf los, meestal voor het 8e-10e jaar, maar zelfs tot het 13e-14e jaar is dat nog normaal.
De beide zwellichamen aan de zijkanten bestaan voornamelijk uit bloedvaten en glad spierweefsel. Deze zwellichamen zitten vast aan de onderkant van het schaambeen. Daar begint ook de balzak waarin zich de zaadballen bevinden. De zaadleiders lopen vanaf de zaadballen (maken zaadcellen) door het lieskanaal om de blaas heen en mengen zich met de zaadblaasleiders (voeren vocht van de zaadblaas af). Onder de blaas komt het uit in de pisbuis. Een sluitspiertje zorgt ervoor dat het sperma niet in de blaas maar in de pisbuis komt.
Van de penis zijn uiteraard diverse soorten en maten. In slappe toestand varieert de lengte van 6-13 cm, met een gemiddelde van 8 cm. In stijve toestand varieert de penis van 12-21 cm, met een gemiddelde van 16 cm. Een penis kleiner dan 8 cm neemt bij een erectie procentueel meer toe dan een penis groter dan 8 cm. Ook de leeftijd heeft een effect: de gemiddelde lengte van de penis van een 75-jarige man is 10% kleiner dan van een 25-jarige man.
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen Je mag geen reacties plaatsen Je mag je berichten niet bewerken Je mag je berichten niet verwijderen Ja mag niet stemmen in polls