De inwendige geslachtsorganen bevinden zich in het kleine bekken (tussen rectum en blaas)
. vagina
. baarmoederhals (cervix)
. baarmoederholte
. eierstok
. eileider
Ovarium-ovaria (eierstokken)
De ovaria zijn de vrouwelijke geslachtsklieren (gonaden) en bevinden zich in het kleine bekken, aan weerszijden van de baarmoeder.
Ze zijn met de baarmoeder verbonden via een peritoneale (buikvlies) omslagplooi. De ovaria hebben de grootte van een amandel (3-4 cm lang en 2-3 cm breed). Ze bestaan uit een schors en een merggedeelte.
In het ovarium worden 2 groepen hormonen geproduceerd namelijk de steroïdhormonen ( geslachtshormonen) en de peptide hormonen.
Het productieproces van de steroïdhormonen staat onder invloed van LH, geproduceerd door de hypofyse. De belangrijkste zijn oestrogenen, progestagenen en androgenen (mannelijk hormoon), die uit cholesterol worden aangemaakt. De grootste productie gebeurt in het stadium van de rijpe follikel (Graafse follikel).
De oestrogenen worden vooral door de rijpe follikel aangemaakt. Tijdens de eisprong is er even een daling die zich onmiddellijk weer herstelt tot de waarde van ervoor. Een tot twee dagen voor de menstruatie houdt de aanmaak op en daalt de hoeveelheid ervan in het bloed snel tot op de waarde van in het begin van de cyclus.
Progesteron wordt enkel in de grote Graafse follikel afgescheiden. De afscheiding van progesteron gebeurt maximaal net na de ovulatie met een piek 3-4 dagen na de ovulatie. Progesteron werkt mee om de bekleding van de baarmoeder voor te bereiden op de bevruchte eicel. Indien de eicel niet bevrucht is zal de hormoonproductie zeer snel dalen wat kan gezien worden aan een daling van de oestrogeen- en progesteronspiegels in het bloed.
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen Je mag geen reacties plaatsen Je mag je berichten niet bewerken Je mag je berichten niet verwijderen Ja mag niet stemmen in polls